Instituut Verbeeten

Achter de schermen van de radiotherapie: maatwerk in de mouldroom

Tijdens een bestralingsbehandeling is het belangrijk dat een patiënt elke dag zo stil mogelijk en in dezelfde houding ligt. Hoe zorgen we ervoor dat dit lukt?

In de mouldroom maken we hulpmiddelen op maat die hierbij helpen. Wie zijn de mensen die deze hulpmiddelen maken? Hoe gaat dat in zijn werk? En wat betekent dit voor onze patiënten?

We kijken mee met radiotherapeutisch laboranten Anne-Marie, Richard en Vera. Ze begeleiden patiënten tijdens de bestraling op de bestralingsuitvoering en werken daarnaast in de mouldroom. Ze vertellen over hun werk en laten zien hoeveel aandacht er achter een hulpmiddel op maat zit.

Laboranten mouldroom Instituut Verbeeten

Een hulpmiddel op maat

“Het is belangrijk dat een patiënt tijdens de bestraling zo stil mogelijk ligt. Een hulpmiddel helpt daarbij en zorgt ervoor dat iemand iedere keer weer in precies dezelfde houding ligt,” vertelt Richard.

Niet iedere patiënt heeft tijdens de bestraling een hulpmiddel nodig. Dat hangt af van de plaats die bestraald wordt en de houding waarin de patiënt moet liggen. Als een hulpmiddel nodig is om de patiënt goed en stabiel te positioneren, plannen we een afspraak in de mouldroom.

Elk hulpmiddel wordt speciaal voor één patiënt gemaakt. Het doel is steeds hetzelfde: ervoor zorgen dat de patiënt zo comfortabel mogelijk ligt en tijdens iedere behandeling goed in dezelfde houding kan blijven liggen.

Verschillende hulpmiddelen

In de mouldroom maken we verschillende hulpmiddelen. Een bekend voorbeeld is een masker voor een bestraling van het hoofd of de hals.

Voor een arm of schouder kan een vacuümmatras nodig zijn. Dit is een zak met kleine bolletjes erin. De laboranten vormen de zak rond de arm of schouder en halen daarna de lucht eruit. De vorm blijft behouden, zodat de arm tijdens iedere behandeling op precies dezelfde manier kan liggen. Ook voor benen en voeten maken de laboranten hulpmiddelen. Die helpen voorkomen dat de benen of voeten tijdens de behandeling draaien.

Soms is daarnaast een bolus nodig. Dit hulpmiddel zorgt ervoor dat de bestraling dicht bij het huidoppervlak de juiste dosis geeft.

Voor de patiënt is een hulpmiddel misschien maar een klein onderdeel van de behandeling. Voor de laboranten zit er juist veel aandacht en vakkennis in.

Van een zachte plaat naar een persoonlijk masker

Een masker is een van de meest voorkomende hulpmiddelen die we maken in de mouldroom. Het maken van zo’n masker begint met een speciale kunststof plaat. Deze plaat verwarmen we in een oven, waardoor het materiaal zacht wordt. Vervolgens vormen de laboranten de warme plaat voorzichtig om het hoofd van de patiënt. Als de plaat afkoelt, wordt hij weer hard. Zo ontstaat een masker dat precies bij die patiënt past.

Een goed passend masker helpt de patiënt om rustig en stabiel te liggen. Het maakt het werk tijdens de bestraling ook makkelijker.

“Als het hulpmiddel goed aansluit bij de patiënt, geeft dat tijdens de behandeling rust. De patiënt weet hoe hij moet liggen en wij weten precies hoe we het hulpmiddel moeten gebruiken,” vertelt Richard.

Foto: voorbeeld van een achterhoofdmasker

Eerst uitleggen, dan maken

Voordat de laboranten een hulpmiddel maken, maken ze eerst kennis met de patiënt. Ze leggen rustig uit wat ze gaan doen en laten zien hoe het hulpmiddel wordt gemaakt. Zo weet de patiënt wat hij kan verwachten.

Tijdens het maken blijven de laboranten bij de patiënt en houden ze goed in de gaten hoe het gaat. Voelt iets niet prettig? Dan nemen ze de tijd en kijken ze samen naar wat mogelijk is.

“We merken vaak snel hoe iemand zich voelt. We vertellen rustig wat we gaan doen en laten het ook zien. Soms doen we een ademhalingsoefening of maken we een grapje. Zo proberen we iemand op zijn gemak te stellen,” vertelt Anne-Marie.

Juist dat contact vindt Anne-Marie belangrijk. “Iedere patiënt is anders. De een wil precies weten wat er gaat gebeuren, terwijl een ander het liever gewoon over zich heen laat komen. Daar proberen we op aan te sluiten.”

Van de mouldroom naar de CT-scan

Als een hulpmiddel klaar is, gaat het mee naar de volgende stap in de voorbereiding: de CT-scan. Tijdens deze scan ligt de patiënt met het hulpmiddel op de tafel. De beelden helpen bij het voorbereiden van de bestraling. Het hulpmiddel zorgt ervoor dat de houding die tijdens de voorbereiding is gekozen, ook tijdens de behandeling kan worden teruggevonden.

De laboranten in de mouldroom werken nauw samen met hun collega’s van de CT en de bestralingsuitvoering. Wat in de mouldroom wordt gemaakt, moet ook tijdens de volgende stappen goed werken. Daarom zorgen de laboranten voor een goede overdracht. Op het hulpmiddel staan de gegevens van de patiënt en belangrijke informatie over het gebruik. Zo weten collega’s wat nodig is wanneer de patiënt verdergaat in het behandelproces.

“Wat wij maken, moet niet onnodig ingewikkeld zijn. Onze collega’s moeten goed weten hoe ze het hulpmiddel moeten gebruiken,” vertelt Richard.

Samenwerken aan een goede behandeling

De radiotherapeutisch laboranten werken ook samen met de radiotherapeut-oncologen en andere betrokken collega’s.

“We moeten goed weten wat de arts voor ogen heeft. Daarna bedenken wij hoe we dat kunnen uitvoeren,” vertelt Vera.

Soms zoeken laboranten van de mouldroom, de CT en de bestralingsuitvoering samen naar de beste manier om een behandeling mogelijk te maken. Bij een bestraling van een arm moet de arm bijvoorbeeld goed liggen voor de behandeling, maar de patiënt moet ook goed in de CT-scan passen. De laboranten kijken daarom naar het hele proces.

Ook nieuwe ontwikkelingen bespreken ze samen. Zo werken ze inmiddels al een aantal jaren met oppervlaktescanning. Bij veranderingen in de werkwijze kijken de betrokken collega’s samen wat nodig is en waarom.

Oppervlaktescanning

Soms is extra maatwerk nodig

Niet iedere patiënt kan makkelijk in dezelfde houding liggen. Misschien heeft iemand pijn of lukt het niet om lang stil te liggen. Soms vraagt de vorm van het lichaam om een andere aanpak. Dan zoeken de laboranten samen met hun collega’s naar een passende oplossing.

Vera werkt sinds 2018 bij Instituut Verbeeten. Ze begon op de bestralingsuitvoering en werkt nu ook in de mouldroom. Juist het zoeken naar mogelijkheden vindt ze mooi aan haar werk.

“Je hebt soms mensen die wat anders gebouwd zijn of die pijnlijk liggen op een harde tafel. Dan kijken we wat we iemand kunnen bieden. Het moet voor ons stabiel genoeg zijn, maar ook voor de patiënt zo comfortabel mogelijk.”

Een patiënt met een zwelling bij het oog is Vera bijgebleven. De patiënt kon daardoor minder goed zien en kon niet volledig platliggen. Met een verstelbare rolstoel kon het team de juiste houding vinden. Daarnaast maakten de laboranten een extra hulpmiddel om de bestraling op de juiste plek te kunnen geven.

“We zijn dan echt samen aan het zoeken: hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze patiënt zo goed mogelijk behandeld kan worden?” vertelt Vera. “Dat maakt het werk voor mij interessant. Ik ben niet alleen met het hulpmiddel bezig, maar vooral met de persoon die het nodig heeft.”

Techniek én aandacht voor de patiënt

Vera vindt vooral de combinatie van techniek en persoonlijk contact mooi aan haar werk.

“Ten opzichte van de bestralingsuitvoering zit ik op een ander moment in het proces. Het geruststellen komt meer aan de orde. Ik kan net dat stapje extra zetten voor de patiënt.”

In de mouldroom is daar ruimte voor. Soms komt een naaste mee. Familie mag vanwege de straling niet mee tijdens de bestraling zelf, maar kan in de mouldroom wel uitleg krijgen en zien wat er gebeurt.

“Dat kan voor een patiënt en zijn naaste fijn zijn,” vertelt Anne-Marie. “Ik kan uitleggen wat ik doe en waarom. Daardoor wordt het voor hen ook duidelijker wat er allemaal gebeurt voordat de behandeling begint.”

Instituut Verbeeten

Samen leren van elkaar

Ook buiten Instituut Verbeeten delen de laboranten hun kennis. Tijdens de jaarlijkse moulagedag komen collega’s van verschillende instellingen uit Nederland bij elkaar. Het is een klein vakgebied. Daarom is het waardevol om ervaringen met elkaar te delen. Een collega die ergens tegenaan loopt, kan zo ideeën opdoen bij anderen. Die uitwisseling helpt om van elkaar te leren en het vak verder te ontwikkelen.

“Als er ergens een probleem is en iemand weet niet goed hoe je iets moet aanpakken, kun je het in de groep gooien,” vertelt Anne-Marie. “Er komt eigenlijk altijd wel een reactie of een idee.”

Laat het vooral op je afkomen

Wat willen Richard, Vera en Anne-Marie meegeven aan patiënten die binnenkort bij hen op de mouldroom komen?

Bereid je gerust een beetje voor, maar probeer je niet te veel zorgen te maken. Als iets niet prettig voelt, is er tijd en aandacht om samen naar een oplossing te zoeken.

Op de website van Instituut Verbeeten staat een filmpje waarin wordt uitgelegd hoe we een masker maken. Dat kan helpen om alvast een beeld te krijgen.

“Het is goed om je voor te bereiden en een filmpje te kijken, maar laat het ook op je afkomen,” vertelt Vera. “De arts vertelt al welk type hulpmiddel bij de behandeling past. Wij leggen daarna rustig uit wat we gaan doen.”

Maatwerk met aandacht

Een bestraling duurt maar een paar minuten. Maar voordat een patiënt op de behandeltafel ligt, gebeurt er al veel. Soms begint die voorbereiding in de mouldroom, met een masker, een vacuümmatras of een ander hulpmiddel.

Achter ieder hulpmiddel zit een zorgvuldig proces van techniek, samenwerking en aandacht. Richard, Vera, Anne-Marie en hun collega’s maken iedere dag opnieuw maatwerk. Niet alleen om ervoor te zorgen dat een patiënt goed bestraald kan worden, maar ook om de voorbereiding zo prettig mogelijk te laten verlopen.

Want achter ieder hulpmiddel staat een mens. En juist daar hebben de laboranten in de mouldroom oog voor.