Immunotherapie

Deze informatie is bedoeld voor mensen met kanker die (mogelijk) hormonale therapie krijgen. De drie meest toegepaste methoden om kanker te behandelen zijn op dit moment:

  • operatie (chirurgie)
  • bestraling (radiotherapie)
  • chemotherapie (behandeling met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica)

Bij bepaalde soorten kanker wordt immunotherapie of monoklonale antilichamen gegeven. U kunt op deze pagina lezen wat immunotherapie is en wat monoklonale antilichamen zijn en hoe de behandelingen werken.

Het afweersysteem

Ons lichaam beschikt over een afweersysteem, ook immuunsysteem genoemd. Dit is een verdedigingsmechanisme tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën. Ook ontspoorde lichaamscellen kunnen door dit verdedigingsmechanisme worden bestreden.

Het immuunsysteem wordt actief als het lichaamsvreemde cellen opmerkt. Deze lichaamsvreemde cellen worden herkend aan eiwitten op het oppervlak van de cellen, de zogenoemde antigenen. Antigenen geven informatie over wat voor soort cel het betreft.

Zodra het afweersysteem lichaamsvreemde antigenen herkent, worden bepaalde witte bloedcellen, de B-lymfocyten, geactiveerd. Deze cellen maken antilichamen aan. Deze antilichamen binden zich aan de antigenen. Hierdoor kan de functie van de cel veranderen of wordt de cel vernietigd.
Andere gespecialiseerde witte bloedcellen, de T-lymfocyten, maken geen antilichamen aan maar vallen de lichaamsvreemde cellen rechtstreeks aan.

reageerbuisimmunotherapieaanval van kankercellen


Het afweersysteem en kanker

Immunotherapie is een behandeling met medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert. Monoklonale antilichamen zijn medicijnen die de groei van kankercellen op verschillende manieren kunnen remmen.

Het eigen afweersysteem van een patiënt kan bescherming bieden tegen kanker, maar het is duidelijk dat het afweersysteem alleen niet toereikend is.

Vaak kan het immuunsysteem kankercellen onderscheiden van gewone, gezonde cellen. Het systeem kan kankercellen soms ook vernietigen. Maar in veel gevallen worden de kankercellen wel als 'vreemd' herkend, maar is de afweerreactie onvoldoende om de cellen op te ruimen. Deze kankercellen en de kankercellen die geen enkele afweerreactie oproepen, ontsnappen aan het immuunsysteem.

Immunotherapie en monoklonale antilichamen

Het afweersysteem kan worden versterkt met immunotherapie. Hiervoor worden cytokinen gebruikt. Cytokinen zijn eiwitten die het lichaam zelf in kleine hoeveelheden aanmaakt. Deze eiwitten stimuleren de groei van afweercellen en zetten afweercellen aan tot de aanval op kankercellen.

Als er geen afweerreactie tegen tumorcellen is, kan het afweersysteem met immunotherapie worden geactiveerd. Dit vindt plaats met behulp van vaccins.

Behalve het stimuleren van de aanmaak van eigen antilichamen, kunnen ook antilichamen worden toegediend die buiten het lichaam zijn nagemaakt. Dit worden monoklonale antilichamen genoemd.Monoklonale antilichamen activeren het immuunsysteem niet, maar vallen tumorcellen rechtstreeks aan.
Soms kunnen monoklonale antistoffen ook dienen als een transportmiddel voor een radioactieve stof of een cytostaticum. Deze vernietigen dan de kankercellen.

Behandeling op maat

Elke kankerbehandeling is een behandeling op maat. Dit geldt ook voor een behandeling met immunotherapie.
Er kan worden gekozen uit een groot aantal middelen, uiteenlopende doseringen en verschillende toedieningswijzen. Het is niet mogelijk om op deze website informatie te geven over alle individuele behandelingsmogelijkheden.