Slokdarmkanker

Wat

Slokdarmkanker is een woekering van cellen uitgaande van de slokdarm.
Er bestaan twee typen slokdarmkanker:

  • Plaveiselcelcarcinoom: Deze ontstaat meestal in het bovenste deel van de slokdarm, in het (normale) slijmvlies dat de slokdarm bekleedt.
  • Adenocarcinoom: Deze ontstaat meestal in het onderste deel van de slokdarm en ontstaat in het slijmvlies, dat veranderd is in een maagtype slijmvlies.

Wie

Het plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm komt even vaak bij mannen als bij vrouwen voor. Het adenocarcinoom van de slokdarm komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Beide typen komen vooral voor na het 50e levensjaar.
Slokdarmkanker wordt in Nederland jaarlijks bij ongeveer 1250 mensen vastgesteld.

Factoren die een rol spelen bij het ontstaan

Het plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm:

  • overmatig gebruik van alcohol
  • roken

Het adenocarcinoom van de slokdarm:

  • mogelijk overgewicht

Klachten / symptomen

  • doorgang van voedsel gaat moeizamer door vernauwing van de slokdarmopening
  • pijn

Soms kunnen uitzaaiingen eerder aanleiding geven tot klachten dan de slokdarmtumor zelf.

Onderzoeken

  • lichamelijk onderzoek (soms ook onder narcose)
  • scopie
  • bloedonderzoek
  • CT-scan van de buik

Onderzoek naar mogelijke uitzaaiingen:

  • CT-scan van de longen en de bovenbuik
  • PET-scan van het hele lichaam
Huidmarkeringen worden geplaatst ter voorbereiding van een bestralingsbehandeling. Een patiënt ondergaat een bestralingsbehandeling.

Behandelingen

Als er geen uitzaaiingen zijn aangetoond

  • chirurgie: Het verwijderen van de slokdarm
  • adiotherapie: Soms wordt een operatie voorafgegaan door radiotherapie, al dan niet in combinatie met chemotherapie.

Behandeling als er beperkte uitzaaiingen zijn (bijvoorbeeld in de aangrenzende lymfeklieren):

  • chirurgie: Het verwijderen van de slokdarm.
  • radiotherapie: Een operatie in deze situatie wordt meestal voorafgegaan door radiotherapie, al dan niet in combinatie met chemotherapie.

Behandeling als er uitzaaiingen zijn:

  • chemotherapie
  • soms radiotherapie of het plaatsen van een stent (buisje)

Bovenstaande informatie geeft u een algemene indruk over de diagnose en behandeling van deze vorm van kanker. Echter, ieder mens en ieder ziektebeeld is uniek. Uw behandelend arts kan u informeren welke diagnostiek en behandelmethoden van toepassing zijn op uw situatie.

Printen