DEZE WEBSITE MAAKT GEBRUIK VAN COOKIES

Door de onlangs ingetreden cookiewetgeving zijn wij verplicht u te informeren over het gebruik van cookies op deze website. Deze website plaatst cookies van Google Analytics om de gebruikerservaring te verbeteren.

U dient aan te geven of u onze cookies accepteert.
Voor meer informatie kunt u onze disclaimer raadplegen.

Cookies toestaan Geen cookies toestaan

Bestraling sarcoom

Sarcomen (weke delenkanker) zijn vormen van kanker die ontstaan vanuit het steun- en bindweefsel. Deze vormen van kanker kunnen bijvoorbeeld voorkomen in spieren, zenuwen, vet, bloedvaten, kraakbeen, bot en het weefsel tussen organen. Er zijn sarcomen die snel en agressief uitzaaien en vormen die langzaam groeien en niet of nauwelijks uitzaaien. Sarcomen zijn zeldzaam en komen vooral voor bij kinderen en ouderen. Waardoor sarcomen ontstaan is onbekend. Soms speelt erfelijkheid een rol.

Mogelijke symptomen van sarcomen

Sarcomen geven meestal pas in een later stadium klachten omdat ze, tussen andere weefsels gelegen, vaak pas laat druk op organen, bloedvaten of zenuwen geven. Gezien het feit dat ze op verschillende plaatsen in het lichaam kunnen optreden, zijn de klachten van persoon tot persoon ook zeer uiteenlopend.

Diagnose

Wanneer er een vermoeden van kanker bestaat, volgen er vaak veel onderzoeken. Omdat eigenlijk geen enkele onderzoeksmethode een volledig beeld geeft, worden er meestal verschillende onderzoeken uitgevoerd. Uw arts gaat op zoek naar een combinatie van kleine en grote tekens, die soms veel, soms slechts details toevoegen aan het totaalbeeld dat nodig is om uw gezondheidstoestand te kunnen inschatten en omschrijven.

Een patiënt wordt gepositioneerd op een bestralingsapparaat.



















Bestraling van sarcoom

Volledige operatieve verwijdering van de tumor is de basis van een effectieve behandeling. Samen met de tumor wordt meestal ook een deel gezond weefsel rond de tumor weggehaald. Bij veel typen sarcoom is het nodig u voor de operatie te bestalen. De kans het sarcoom definitief onder controle te krijgen door voor of na de operatie te bestralen is even groot. Op langere termijn is een arm of been na een voorbestraling beter functioneel. U krijgt minder last van littekenvorming, verstijving van gewrichten en oedeem.

Voorbereiding op de bestraling

Elke behandeling begint met een eerste gesprek tussen u en de bestralingsarts. De arts beschikt over uw gegevens uit het ziekenhuis. Aan de hand van deze gegevens, en na een lichamelijk onderzoek, bespreekt hij uw bestralingsplan met u en geeft u uitleg over uw bestraling. Tijdens de verdere voorbereidingen voor de bestraling wordt het definitieve bestralingsplan opgesteld.

Leest u ook 'voorbereiding bestraling'.

Door middel van een voorlichtingsgesprek kijken we samen met u naar de verschillende praktische zaken die komen kijken bij een behandeling
















Uw eerste bestraling

Na de voorbereiding en het inplannen van de behandeling(en) krijgt u uw eerste bestraling. U krijgt voor uw eerste bestraling een voorlichtingsgesprek. Een laborant vertelt u hoe uw bestraling gaat en wat u kunt verwachten tijdens uw bestralingsbehandeling. 
Onze radiotherapeuten en behandelend specialisten begeleiden u tijdens de verschillende fasen in de behandeling en staan klaar voor al uw vragen omtrent het doel en de inhoud van de behandeling.

Tijdens uw bestralingsperiode maken wij regelmatig een afspraak voor u met uw bestralingsarts. Deze afspraak wordt gecombineerd met uw bestraling. De bestralingsarts bespreekt met u of en wanneer controle in Instituut Verbeeten nodig is.

Het is belangrijk dat u geen sieraden draagt op het deel van uw lichaam dat bestraald wordt. Sieraden kunnen er ook voor zorgen dat u ongemakkelijk ligt. Als u voor uw bestralingsbehandeling komt, laat uw sieraden dan thuis. Zo kunt u ze na uw bezoek ook niet vergeten.
(Instituut Verbeeten is niet aansprakelijk voor verlies, beschadiging of diefstal van uw sieraden.)

Bijwerkingen

Hoewel wij er alles aan doen om bijwerkingen te voorkomen, zijn ze niet altijd te vermijden. Ze kunnen per behandeling verschillen. De laborant bespreekt uw klachten vóór uw bestraling met uw bestralingsarts. U kunt gedurende de behandeling bijvoorbeeld last hebben van de de huid waarop u bestraald wordt. Deze kan rood verkleuren, en schraal aanvoelen.

Leest u ook de folder 'Huidadviezen - Poli doktersassistent'

Bespreek uw klachten altijd met de laborant van uw bestralingstoestel en met uw bestralingsarts.

Ondersteuning

Kanker zet uw wereld op zijn kop. U en uw naasten krijgen veel te verwerken. In korte tijd krijgt u veel te horen over uw ziekte en de behandeling daarvan. U kunt bijvoorbeeld last hebben van bijwerkingen, vragen hebben over voeding of u hebt behoefte aan een gesprek met een van onze maatschappelijk werkers. Ook hierbij staat ons team specialisten voor u klaar om u bij te staan. Onder het kopje 'Ondersteuning' op deze website, leest u waar wij u bij kunnen helpen.