Straling in de Radiotherapie
In de Radiotherapie gebruiken we (ioniserende) straling voor de behandeling van kanker (soms ook goedaardige aandoeningen). Bestraling van kanker gebeurt meestal uitwendig door daarvoor geschikte röntgenapparatuur (lineaire versnellers) of inwendig door radioactieve bronnen in het lichaam te brengen.
Tumorcellen zijn gevoeliger voor straling dan gezonde cellen: ze gaan te gronde of worden in hun groei geremd. Bovendien kunnen tumorcellen zich niet goed van stralingsschade herstellen. Gezonde cellen kunnen zich wel herstellen.
Door afzonderlijke bestralingen van enkele minuten, meermalen per week te geven worden tumorcellen effectief beschadigd en krijgt het gezonde weefsel de kans zich te herstellen.
Patiënten worden uitwendig bestraald met behulp van bestralingstoestellen (lineaire versnellers,) die in een bestralingsruimte staan opgesteld. Deze bestralingsruimte heeft dikke, betonnen wanden die de straling voor het grootste deel absorberen. Hoewel de straling schade aanricht aan het weefsel, wordt u zelf niet "radioactief" van een bestraling. Zodra het apparaat uitgeschakeld wordt, is de straling weg. U hoeft dan ook niet bang te zijn dat de mensen in uw omgeving gevaar lopen.




